Fietsen door Amsterdam
Door Nikkita Oversteegen | 23. januari 2012 | categorie: Column, Drie hoog achter | Nog geen meningen »Een van de redenen dat ik van Amsterdam houdt; je bent nooit alleen. Zelfs als je denkt dat er nu niemand zo gek zal zijn als jij om nu op straat te zijn of te fietsen; je bent nooit alleen. Of je nu om 4 uur ‘snachts op een maandag over het Leidseplein fietst, of door het Vondelpark vroeg op een zondagochtend.
Langzaam begin ik de diverse mensen op de verschillende gekke tijdstippen te herkennen. Zoals om half 9 op een weekendochtend. Dan heb je in het park de joggers; van jonge vrouwen met korte broekjes en waterflessen tot hijgend en zwetende oudere mannen. Samen met de hondenuitlaters willen ze nog even dat stukje rust mee pakken voor de drukte het park overspoelt. Reigers op bankjes en bij de parkvijver, die genieten van een moment zonder 100en lastige duiven, honden en kleine kinderen om zich heen.
Buiten het park heb je, net als op elk tijdstip, toeristen. Versuft zijn ze vroeg in de morgen, sommige met zware rolkoffers en een kaart, verwoedt op zoek naar hun verblijfplek, om eindelijk uit te rusten. Andere fris en fruitig zo vroeg in de morgen, klaar met camera en plattegrond, met wandelschoenen op weg om als eerste bij het Rijksmuseum te zijn. Voetbaljongens en hockeymeisjes, al in hun tenue in groepjes op de fiets op weg naar de wekelijkse wedstrijd. Langzaam gaan deuren van koffiehuisjes open, en worden vermoeid de eerste borden en rekken met kranten buiten gezet. De bakkers zijn al uren open en helpen geduldig de paar gehaaste klanten die snel nog een kop koffie ‘to go’ willen. Soms zie je nog een verdwaald groepje lallende studenten, op zoek naar een kroeg die nog niet dicht is gegaan. Kerkgangers zijn niet te vinden op mijn route. Mijmerend bedenk ik verhalen over alle reizende mensen. Waar ze vandaan komen, waar ze heengaan. Waarom nu. En zo vervolg ook ik mijn weg, een meisje met ‘wakker-wordt-muziek’ in haar oren, en een thermoskan koffie in haar tas. De ware verhalen achter deze reizigers zullen we nooit weten.
